De regering werkt naarstig door tijdens de vakantieperiode

De regering werkt naarstig door tijdens de vakantieperiodeDe regering werkt naarstig door tijdens de vakantieperiode - Strategica

Werd het niet tijd om de fiscale druk voor KMO ’s en ondernemers te verlichten? Om de huidige vennootschapsbelasting te vereenvoudigen? Wensen we ons land niet wat aantrekkelijker te maken voor buitenlandse ondernemingen om zich hier te vestigen?

De lang aangekondigde hervorming van de vennootschapsbelasting komt er uiteindelijk door, dankzij het zomerakkoord van Regering Michel. Zo zou de vennootschapsbelasting minder complex worden en gepaard gaan met lagere tarieven. Maar, aangezien de hervorming budgetneutraal moet zijn, impliceert dit een compensatie op andere vlakken. Sommigen noemen het ook wel de heroriëntering naar een rechtvaardigere fiscaliteit.

Het zomerakkoord en uw onderneming

Fiscale stimuli

Het zomerakkoord biedt zowel stimuli om het klimaat voor investeringen te verbeteren, alsook maatregelen om de vennootschapsbelasting te vereenvoudigen. De tariefdaling is ongetwijfeld het pronkstuk van de regering, al wordt deze toch vergezeld door enkele correcties.

1/ Daling tarief vennootschapsbelasting

Vanaf 2018 wordt er in 2 fases naar 2 nominale tarieven in de vennootschapsbelasting gewerkt, een heuse vereenvoudiging. Onderstaand schema verduidelijkt de wijziging:

 

 

Huidig

Inkomstenjaar 2018

Inkomstenjaar 2020

Basistarief 

33%

29%

25%

Verlaagd tarief

€ 0 – € 25 000: 24,25%

€ 25 000 – € 90 000: 31%

€ 90 000 – € 322 500: € 34,5%

> € 322 500: basistarief

€ 0 - € 100 000: 20%

> € 100 000: basistarief

Crisisbijdrage

3%

2%

0%

 

Het verlaagd tarief van 20% is van toepassing op de eerste schijf van € 100 000 belastbare winst bij KMO ‘s. De definitie van een KMO wordt aldus vanaf 2018 toegevoegd aan de voorwaarden om te kunnen genieten van het verlaagd tarief. De wijzigende voorwaarden voor het verlaagd tarief worden hierna schematisch weergegeven: 

 

 

Huidige voorwaarden  verlaagd tarief

Voorwaarden verlaagd tarief vanaf 2018

Dividenduitkering  is niet hoger dan 13% van het gestort kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk.

Deze voorwaarde verdwijnt.

De aandelen mogen niet voor de helft of meer in het bezit zijn van andere vennootschappen.

Deze voorwaarde blijft behouden.

Het belastbaar resultaat van de vennootschap is lager dan € 322 500.

Niet meer relevant.

De vennootschap wordt niet als een financiële vennootschap beschouwd.

Deze voorwaarde blijft behouden.

Minstens één bedrijfsleider ontvangt een bezoldiging van € 36 000, of een bezoldiging die ten minste gelijk is aan het belastbaar resultaat van de vennootschap, indien dit laatste minder dan € 36 000 bedraagt

Deze voorwaarde blijft behouden, maar wordt aangepast. De minimum bezoldiging wordt verhoogd naar € 45 000.

Uitzondering 1: startende ondernemingen (gedurende eerste 4 boekjaren)

Uitzondering 2: indien belastbare winst < € 45 000, dan een bezoldiging die ten minste gelijk is aan het belastbaar resultaat.

 

Extra: Definitie KMO moet vervuld zijn.

 

2/ Schrapping 0,4%

Sedert aanslagjaar 2014 werd de ‘Tobin taks’ ingevoerd. Deze houdt in dat meerwaarden op aandelen voor grote vennootschappen belastbaar zijn aan 0,4%. Vanaf 2018 wordt deze taks afgeschaft.

3/ Investeringen stimuleren

Op heden geldt er een eenmalige investeringsaftrek van 8%. Dankzij het zomerakkoord zal deze tijdelijk verhoogd worden naar 20%. Regering Michel wenst op deze manier KMO ‘s en zelfstandigen fiscaal te stimuleren meer investeringen te doen de eerstkomende 2 jaar.

Particulieren kunnen op vandaag – via taks shelter – een belastingvermindering van 30% of 45% krijgen wanneer ze kapitaal investeren in startende ondernemingen. De federale regering wenst deze toepassing vanaf 2018 uit te breiden naar groeibedrijven, daar zij het dikwijls moeilijk hebben om kapitaal te vinden. Op die manier wordt het investeren in groeibedrijven ook voor particulieren aantrekkelijker.

 

 

Compenserende maatregelen

Gezien de hervormingen budgetneutraal dienen te zijn, worden er ook enkele compensatieregelen ingevoerd. Kort bespreken we de belangrijkste maatregelen.

1/ Minimumwinstbelasting

Ter compensatie voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting, wordt er vanaf 2018 een minimumwinstbelasting ingevoerd. Wat houdt dit concreet in? Alle vennootschappen die minstens € 1 000 000 belastbare winst realiseren, zullen niet langer onbeperkt kunnen gebruik maken van fiscale aftrekposten om de belastbare basis weg te werken.

Op het overschrijdend gedeelte boven € 1 000 000 mogen bedrijven slechts voor 70% aftrekposten indienen. Hierdoor blijft 30% van het overschrijdend gedeelte steeds onderhevig aan het volle tarief in de vennootschapsbelasting. Met andere woorden, zelfs wanneer grote vennootschappen de aftrekposten optimaal benutten, dan zullen ze vanaf 2020 toch op het overschrijdend gedeelte steeds 7,5% belastingen betalen (30% x 25% = 7,5%).

2/ Notionele intrestaftrek

De notionele intrestaftrek (of aftrek voor risicokapitaal) is een fictieve intrestaftrek, berekend op het eigen vermogen, die de belastbare basis vermindert. Vennootschappen met een hoog eigen vermogen kregen hierdoor een fiscale stimulans ten opzichte van bedrijven met veel vreemd vermogen.

Vanaf 2018 zal deze notionele intrestaftrek stevig ingeperkt worden. Deze aftrek zal niet langer worden toegekend op het totale eigen vermogen, maar op de aangroei van het eigen vermogen in de voorbije 5 jaar. Bijvoorbeeld, bij een kapitaalverhoging van € 100 000 zal je de notionele intrestaftrek niet meer in één keer kunnen toepassen op deze € 100 000, maar wel op € 20 000 gedurende 5 jaar.

Waarom deze inperking? De notionele intrestaftrek is gekoppeld aan de rentevoet op leningen. Op vandaag kende deze aftrekpost weinig belang gezien de lage rentestand. Met een verwachte stijging van de rentevoet wenst de regering Michel te vermijden dat deze aftrekpost weer aan belang zou winnen.  

3/ Bijzondere aanslag bij tekort aan bezoldiging

Vanaf 2018 wordt er een bijzondere aanslag van 10% opgelegd voor elke vennootschap die “geen of te weinig” bezoldiging uitkeert aan een bedrijfsleider. Er geldt wel een uitzondering voor startende ondernemingen. Om te oordelen of er voldoende uitgekeerd wordt, gaat men de bezoldiging toetsen aan de bezoldigingsregel van € 45 000, tenzij de belastbare winst lager ligt. Deze bijzondere aanslag wordt berekend op het tekort en is aftrekbaar als beroepskost.

Ter illustratie: Stel dat een bedrijfsleider van een vennootschap een bezoldiging blijft genieten van € 36 000, dan zal de vennootschap als sanctie een bijkomende belasting van € 900 dienen te betalen, namelijk  (€ 45 000 - € 36 000) x 10% .

4/ Gespreide taxatie en wederbelegging

Wanneer een vennootschap een meerwaarde realiseert bij de verkoop van een bedrijfsgoed, is deze meerwaarde belastbaar. Om te ontsnappen aan de eenmalige belasting aan het gewone tarief, kan de vennootschap evenwel kiezen voor de gespreide taxatie van de meerwaarde. Daarvoor moet ze tijdig de verkoopprijs herbeleggen in een nieuw actief dat bedrijfsmatig wordt gebruikt. De meerwaarde wordt dan maar belast volgens het afschrijvingsritme van het nieuwe goed.

Gebeurt de wederbelegging niet tijdig of zijn de voorwaarden niet nageleefd, dan zal de meerwaarde niet belast worden aan het ondertussen verlaagde tarief, maar aan het “oude” belastingtarief.

5/ Roerende voorheffing bij kapitaalvermindering

Wanneer een vennootschap een kapitaalvermindering wenst door te voeren en zij beschikt eveneens over belaste reserves, dan zal de kapitaalvermindering niet meer integraal aangerekend kunnen worden op het gestorte kapitaal. Vanaf 2018 zal de vennootschap geacht worden pro rata gestort kapitaal en reserves uit te keren, waardoor er 30% roerende voorheffing verschuldigd is op het gedeelte van de uitgekeerde reserves. Het gedeelte toegerekend op het gestort kapitaal blijft onbelast.

6/ Meerwaarden op aandelen pas vrijgesteld conform DBI voorwaarden.  

Op heden zijn meerwaarden van aandelen, aangehouden door vennootschappen, vrijgesteld wanneer de taxatievoorwaarde vervuld is en voor zover deze aandelen gedurende een ononderbroken periode van minimum 1 jaar in volle eigendom worden aangehouden. Dit zijn tevens 2 van de 3 voorwaarden voor de DBI aftrek. Vanaf 2018 gaat men ook de 3de voorwaarde toevoegen om de vrijstelling op meerwaarden te kunnen genieten. Deze derde voorwaarde is de participatievoorwaarde en houdt in dat de participatie minimum 10% in het kapitaal moet bedragen of een aanschaffingswaarde van minstens € 2 500 000.

Wat met de eenmanszaken?

Wie via een eenmanszaak werkt, betaalt personenbelasting volgens de progressieve tarieven op zijn inkomsten. Het hoogste tarief in de personenbelasting bedraagt 50%. Het is dan ook niet onlogisch te denken dat de tariefverlaging heel wat zelfstandigen zou verleiden om een vennootschap op te richten.

Om te vermijden dat eenmanszaken massaal omgevormd zouden worden tot vennootschappen en waardoor zo de regering de inkomsten uit de personenbelasting zou zien slinken, voorziet het zomerakkoord ook voor hen maatregelen.

Zo hebben de hogere bezoldigingsregel in de vennootschap en de bijzondere aanslag van 10%, zoals hoger aangehaald, onder meer een afremmend effect. Daarnaast worden er ook een aantal fiscale  stimuli voorzien om de eenmanszaak aantrekkelijk te houden. Vooreerst wordt er een kostenforfait voor zelfstandigen onder eenmanszaak ingevoerd, net zoals bij de werknemers. Verder zal ook de eenmalige investeringsaftrek voor eenmanszaken en vrije beroepen tijdelijk opgetrokken worden naar 20%.

Ook meerwaarden bij verkoop of stopzetting van een eenmanszaak zullen voortaan lager belast worden. Het belastingtarief zal dalen tot 15%. Op heden kennen we de hieronder vermelde taxatie bij een stopzetting of verkoop, afhankelijk van het soort activa. Zoals u ziet, wordt de verkoop/stopzetting van een eenmanszaak aantrekkelijker gemaakt.

 

 

Onderworpen activa

Stopzettingsmeerwaarden

Materiële vaste activa

Belastbaar tegen 16,5%

Financiële vaste activa

Belastbaar tegen 16,5%

Immateriële vaste activa

  • Het gedeelte tot de grens van de netto winsten/baten verkregen 4 jaar vóór het jaar van de stopzetting:
  • Belastbaar tegen 33%
  • Belastbaar tegen 16,5% bij
    • Overlijden
    • Stopzetting vanaf 60 jaar
    • Gedwongen stopzetting
  • Het gedeelte boven deze grens wordt belast tegen progressief tarief

 

Last but not least, ook de aanvullende pensioenopbouw voor zelfstandigen met een eenmanszaak wordt in het zomerakkoord besproken. Op heden kunnen zelfstandigen via een vennootschap een aanvullend pensioen opbouwen door het afsluiten van een IPT. Dit zou voortaan ook mogelijk zijn voor de zelfstandigen onder eenmanszaak.

Besluit

Het betreft duidelijk geen lastenverlaging maar een heroriëntatie. Het lijkt ons dat voornamelijk de KMO’s, de startende vennootschappen, de innovatie en investeringen zouden baten bij de hervorming.

Voorlopig maken bovengenoemde maatregelen deel uit van een politiek akkoord en vormen nog geen effectieve wetgeving. Of echter al deze maatregelen werkelijk uitgevoerd zullen worden, dienen wij nog af te wachten.

Bezoek regelmatig de website van Strategica om alle ontwikkelingen op de voet te volgen.

 

De regering werkt naarstig door tijdens de vakantieperiode - Strategica
"Persoonlijk vond ik het belangrijk om een goede match te hebben met mijn adviseur en me goed te voelen"
De Bock – Lokeren

contacteer ons

Contactpagina